Schrijftips

NaNoWriMo | een stukje uit mijn roman

Het is de eerste keer dat ik een fictieve tekst die ik geschreven heb zal delen. Stiekem vind ik het wel een beetje eng. Maar toen ik jullie vroeg of jullie het leuk zouden vinden om alvast wat te lezen van wat ik geschreven had voor NaNoWriMo kreeg ik toch een paar enthousiaste reacties. Dat trekt me toch wel over streep om het alsnog te doen.

Bij deze een ruwe eerste versie van de eerste bladzijde uit de roman die ik aan het schrijven ben.

Lieve Emma, de eerste pagina

Tergend langzaam verdwijnt de mist voor mijn ogen. Een knippering van mijn ogen laat een nieuwe traan langs mijn wang rollen. Ze spat uiteen op het laken dat zijn benen bedekt. Ik krijg het beeld maar niet scherp. Hoe graag ik ook zijn gezicht weer wil zien, hoe vaak ik ook met mijn ogen knipper, de tranen blijven komen en de mist blijft hangen. Een vederlichte aanraking doet me opschrikken. Ik voel hoe hij mijn hand probeert te grijpen, als een laatste reddingsboei. Of wil hij iets zeggen? Zijn ademhaling is veranderd, maar door de tranen heen kan ik hem nog steeds niet goed zien. Zijn gezicht is nog een waas voor me. Ik heb geen idee of zijn ogen gesloten zijn of open. Er volgt een zucht en ik grabbel in mijn zakken naar de zakdoek die ik uren geleden in mijn tas heb gestopt, omdat hij onder het snot en de tranen zat.

Mijn neus lijkt nog steeds een lekkende kraan. Mijn ogen gloeien en branden van de tranen die ik het afgelopen uur vergoten heb. Wanneer ik de zakdoek niet onmiddellijk vind, kijk ik verdwaasd om me heen op zoek naar de doos met tissues. In deze kale ziekenhuiskamer is het moeilijk om ze niet te zien staan, toch kijk ik er overheen. Ik wriemel nogmaals in mijn broekzakken tot uiteindelijk mijn blik op het tafeltje naast het bed valt. Om de zakdoekjes te kunnen pakken, moet ik over zijn bed, en dus over hem, heen buigen. Met mijn ene hand voorzichtig naast zijn tere lichaam om me te ondersteunen, hang ik half over hem heen om de zakdoekjes te grijpen wanneer ik de deur hoor open gaan. Het gepiep ken ik ondertussen even goed als de naden van mijn ondergoed. De voetstappen ken ik minstens even goed. Het zachte tiktak van de hakken komt dichterbij. Haar gemanicuurde hand pakt de doos en reikt me de zakdoekjes aan. Had ik al een knoop in mijn maag van het verdriet, dan wordt die nu een betonblok die met een dreun mijn buik in tuimelt. Ik slik. Ik slik nogmaals, maar de krop verdwijnt niet. Ze wordt alleen maar groter.

Met grote halen veeg ik de tranen uit mijn ogen. De zwarte strepen op de zakdoekjes vertellen me dat mijn waterproof mascara het eindelijk begeven heeft. Waterproof was vast niet bedoeld voor dochters van stervende vaders. Wat in de wereld kan zoveel verdriet tegenhouden dat een meisje er nog blijft uitzien als reclame voor waterproof en wimperverlengende mascara?

Eindelijk ziet de wereld er weer wat scherper uit. Het liefst wil ik eerst naar mijn vader kijken en de hand grijpen die hij zo moeizaam naar mij wist uit te steken. Dus kijk ik naar zijn handen. Het zijn die handen die mij als kind hoog in de lucht hadden getild. Ik had het gevoel gehad dat ik kon vliegen, de wereld was van mij! En ik kon de wereld aan. Hoger en hoger zou ik gaan. Zijn handen zouden voor altijd mijn steun zijn. Ze waren er zeker ook altijd geweest. Ze gaven me dat laatste duwtje om over de finish te gaan toen ik die hardloopwedstrijd won. Zijn handen hadden mijn haar gestreeld om me te troosten toen ik voor de eerste keer liefdesverdriet had ervaren. Het waren sterke handen geweest, rotsen in de branding, de eik aan de rand van het bos. Handen die me altijd opgevangen hadden als ik tegen dek dreigde te gaan. Of ze haalde me uit de modder, zoals die keer dat ik zo graag wilde gaan paardrijden.

Na maandenlang gekissebis tussen mij en mijn moeder had mijn vader een instructeur weten te strikken die zijn zesjarige dochter maar al te graag zou leren paardrijden. De eerste lessen waren fantastisch gelopen. Een natuurtalent, had de instructeur geroepen. Mijn vader was trots als een pauw tegen zijn vrienden in de dartclub gaan vertellen hoe goed ik het wel niet deed. Maar de veilige ring van de manège was geen modderig bospad. En hoewel het paard waar ik op reed ook vrij kalm was, zo’n getalenteerde ruiter bleek ik niet te zijn. Om eerlijk te zijn, had ik na een maand al genoeg van al dat paardrijden. Ik kon er echter niet meer onderuit nu mijn vader zo trots had lopen verkondigen wat voor natuurtalent ik was. Waar hij vandaan kwam, toen ik die duikel in de modder maakte, weet ik niet. Maar hij trok me recht, veegde met zijn stoffen zakdoek de meeste modder van mijn snoet en nam me terug mee naar huis. Ik hoefde nooit meer te gaan paardrijden. Er werden geen vragen gesteld, er werd nooit meer over gesproken. Maar de sterke handen die mij uit de modder haalden, zal ik nooit vergeten.

Nu liggen die handen daar als dorre blaadjes. Het leven stroomt langzaam uit zijn handen en neemt daarmee mijn steun en toeverlaat met zich mee. Wie zal me nu vangen als ik val?

10 thoughts on “NaNoWriMo | een stukje uit mijn roman

  1. Ik vind het een veelbelovend begin. Je roept een bijzondere sfeer op waarin, voor mij, twee zinnen echter niet passen:
    1. Mijn neus lijkt nog steeds een lekkende kraan.
    2. Het gepiep ken ik ondertussen even goed als de naden van mijn ondergoed.
    Die halen een beetje die sfeer weg voor mij.

    1. Dank je voor je eerlijke feedback! Ik heb het zelf natuurlijk nog niet herlezen, maar goed dat je het even aanhaalt van die zinnen. Het is iets wat ik ga onthouden als ik effectief ga herlezen en herschrijven!

  2. Ik sluit me aan bij de opmerkingen van Mrs T. Bij de start mogen voor mij ook wat langere zinnen zitten. Ik voelde wat weerstand bij het lezen van de vele korte zinnen. Precies: “tak. Tak. Tak.” Snap je? Maar dat kan natuurlijk ook zijn omdat ik normaal fantasy lees he. Misschien een lichte omschrijving van de kamer?

Geef een reactie

You have to agree to the comment policy.

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.