Geen etiket op mijn hoofd

Geen etiket op mijn hoofd

Ik tel de aardappels die ze op mijn bord legt. Een, twee… Vanaf het hoofd van de tafel brabbelt hij iets. Niet opkijken, denk ik, niet opkijken dan gaat het gewoon vanzelf weg. Maar mijn maag komt in opstand. Ik voel ze samentrekt en een steek maakt me duidelijk dat de grens bereikt is.
“Genoeg zo,” snauw ik en zet mijn bord weer voor mijn neus voor ze de mogelijkheid heeft om er nog een aardappel bij te leggen. Ik begin terug te tellen: drie stukjes aardappel, twee scheppen andijvie, dat biefstuk is echt te groot. In mijn hoofd spreek ik met mezelf af wat toegestaan is om te laten liggen. Mijn maag besluit echter niet akkoord te gaan met de afspraak. Ik heb twee stukjes aardappel binnen, een paar happen andijvie en nog geen kwart van het biefstuk wanneer ik de kotsneigingen terug voel opkomen. De afkeer van mezelf laait op en maakt het alleen maar erger. Het verdriet en de onmacht die deze situatie veroorzaakt laat me geen moment met rust.
“Terug, terug!” gil ik inwendig. Krampachtig probeer ik alle gevoel die me nu overspoelt terug achter de muur te steken die ik ooit zo zorgvuldig had opgebouwd.

Wanneer ik bij de psycholoog zit, mag ik alles los laten. Ik probeer duidelijk te maken hoe moeilijk alles loopt op deze manier. Dat ik niet goed weet hoe ik met die emoties die zij bij mij heeft los gemaakt om moet gaan. Maar ik laat niet zien welke pijn ik voel, diep vanbinnen. Dan vertelt ze dat ze mij gaat doorverwijzen naar een collega van haar. Zij gaat in zwangerschapsverlof. Ik slik even, natuurlijk wist ik dat. Ik schud mijn hoofd.
“Ik kan het wel alleen af die paar maanden,” zeg ik.
Ze kijkt me met gefronste wenkbrauwen aan. “Je hebt me net verteld hoe machteloos je je voelt.”
Ik slaag erin om een glimlach op mijn gezicht te toveren. “Geen probleem hoor. Ik heb een aantal tips van je gekregen. Die ga ik zeker uitproberen.”
Ze knikt, maar ik zie dat ze me niet gelooft. “Als het niet goed gaat dan moet je iets laten weten. Ze zullen je hier wel verder kunnen helpen.”

Wanneer de telefoon gaat en ik het nummer van het centrum op het scherm zie verschijnen, duw ik af. Ik voel me in de steek gelaten. Ze moeten niet proberen om me te overhalen. Zij was degene die ik vertrouwde en nu laat ze me in de steek. Neen, laat maar zitten dan. Ontbijten doe ik niet meer, ’s middags eet ik een halve boterham en gooi de rest weg in de vuilnisbak zodat het niet op zou vallen. ’s Avonds eet ik zoveel als mogelijk en zo min mogelijk om het niet te doen opvallen. Eten maakt me misselijk, eten is mijn vijand. Het smaakt me niet, ik verdien het niet. Als ik niet eet dan blijf ik leeg. Dan zullen de emoties zich geen meester van me maken. Als ik niet eet dan heb ik alles onder controle. Als ik wel eet, dan eet ik enkel wat ik wil.

Wanneer ik ’s morgens de stress voel opkomen, ren ik naar het toilet. Alles eruit! Het eten eruit, het gevoel eruit, mijn problemen eruit. Daarna voel ik niets meer. Ik probeer om alles op automatische piloot af te werken, maar heb huilbuien. Enkel als niemand me ziet. Ik huil omwille van de bodemloze put waar hij ons induwde toen hij met de auto van het werk op geparkeerde wagens inreed. Ik huil omwille van de verantwoordelijkheden die ik niet meer aan kan. Ik huil omdat ik voel hoe de kloof tussen mij en mijn moeder groter wordt. Ik huil omdat ik niet slaag op school. Ik voel me een mislukking. Ik ben niet sterk. Iedereen vergist zich.

Als het me lukt, blijf ik in bed liggen. Ik zeg niet dat ik les heb. Ik vertel ook niet dat ik nog werk heb in te halen. Wanneer ze me mijn bed uitgooit en me naar de hogeschool stuurt, ga ik ronddwalen in de stad. Ik ken Gent op mijn duimpje. Ik verstop me in de bibliotheek, in het shoppingscenter, in de vele parken. Ik loop een achterstand op. Mijn klasgenoten kijken me aan en ik zie de vraag in hun ogen. Hoe kan ik dit verstoppen?

Ik besluit om mijn studie te beëindigen en ga naar de maatschappelijk werkster die me altijd heeft aangehoord als ik het moeilijk had. Ze vraagt me wat ik dan wil doen. Ik haal mijn schouders op. Vreemd genoeg gelooft ze in mij. “Je hebt al veel erger voorkomen,” zegt ze, maar ik snap niet wat ze bedoelt. Ze vindt dat ik toch zou moeten studeren, proberen en diploma te halen.
“Je kan een betere toekomst bouwen voor jezelf,” zegt ze. Ik zie dat ze het meent. Geen zever! Ze meent het echt! Weken spookt het in mijn hoofd. Samen met haar doe ik studietesten. Sociaal werk zou geen slecht vak voor me zijn. Ik heb een nieuw doel in mijn leven.

Mijn moeder gaat niet akkoord met mijn idee om te stoppen met studeren. “Je mag je droom najagen en die andere studie doen,” zegt ze, “maar eerst haal je dat diploma waar je nu mee bezig bent. Je hebt drie jaar en langer geknokt, geef het nu niet op!” Ik besef dat mijn moeder ook in mij gelooft. Ik lijd, ik huil, ik vecht, ik schreeuw, maar ik sta op en ga verder.

Ik haal de achterstand in. Mijn cijfers zijn niet denderend, maar goed genoeg om mijn diploma te halen. Mijn houvast is de controle die ik heb over mijn eten. Nog steeds eet ik net genoeg om staande te blijven. Mijn emoties vinden hun uitweg wanneer ik boven de toiletpot hang. Elke keer als ik mijn mond spoel, komen de schuldgevoelens. Ik weet dat dit niet klopt. Dat het niet juist is. De weegschaal geeft code rood aan. Mijn gewicht gaat onder de 50 kilogram. Eindelijk besef ik dat dit zo niet verder kan, maar ik weet niet hoe ik ermee moet ophouden. Wanneer ik geweigerd wordt bij het Rode Kruis om bloed te geven, neemt mijn moeder me mee naar de dokter. Die denkt aan een medische reden en een reeks onderzoeken beginnen. Eerst een bloedtest, ondertussen medicatie.

Telefoon. De huisdokter vraagt of ik wil langskomen om de resultaten op te halen. Ik hoef mijn moeder niet mee te brengen. Pas wanneer ik bij haar zit, begint het mij te dagen dat ze het weet. Ze stelt een paar vragen. Ik vertel, zij luistert. Ik krijg een hele waslijst aan symptomen voorgelegd: tekorten van mineralen en vitaminen, ondergewicht, verzuurde maag, verbrandde slokdarm, beginnende haaruitval, slechte nagels.
“Je hongert jezelf uit,” zegt ze dan, “Dat is geen oplossing.”
We maken een afspraak. Zij houdt haar mond als ik terug in begeleiding ga. “Je moet weer eten,” zegt ze, “anders kan ik niet anders dan je laten opnemen met diagnose anorexia.” Ik slik. Dit wil ik niet! Wanneer ik na anderhalf uur buiten kom, neem ik mijn telefoon en bel het centrum. De psycholoog waar ik bij in begeleiding was, is terug. Het is geen probleem als ik langs kom, maar ik zal nog een maand moeten wachten. Een maand is lang, maar het is een lichtpuntje in mijn leven.

Wanneer ik door het station loop, lopen de tranen over mijn wangen. Ik huil … in het openbaar. ‘De mensen zullen wat van je denken,’ spookt het door mijn hoofd. Ik negeer de gedachte. Tien minuten later sta ik in de rij van de broodjeszaak. De trein die ik zou nemen naar mijn Lief is al  vertrokken, maar mijn besluit staat vast. Ik koop een broodje gezond en terwijl ik op de volgende trein zit eet ik het helemaal op. Ook die avond is mijn bord leeg en mijn maag vol.

Het begin was gemaakt. De weg was lang en hard, niet zonder gevaren. Maar ik zou nooit iemand het etiket op mijn hoofd laten plakken. Die afspraak was gemaakt.

geen-label

(Visited 60 times, 1 visits today)

7 Replies to “Geen etiket op mijn hoofd”

  1. Ik heb dit artikel maar bewaard en bewaard. Gelezen en nog een keer gelezen. Ik wil reageren, maar weet niet hoe. De herkenning vind ik moeilijk, maar ook het feit dat jij dit doorgemaakt hebt. Al moet het je ook gesterkt hebben, anders zou je er nu niet over schrijven.

  2. Het verhaal is heftig, Mrs. T, maar voor veel mensen evenzeer realiteit als het voor mij was. Voor mij is dit verhaal een opstap naar het afsluiten van een periode.
    Ik ben blij dat je tenminste iets schrijft, Marion, ik had me wel gerealiseerd dat het verhaal bepaalde mensen konden aangrijpen, maar ik had de behoefte om dit even te tikken. Ik minimaliseer hetgeen gebeurd is namelijk nogal makkelijk. Maar ik kan wel heel eerlijk antwoorden dat het proces dat ik de laatste jaren heb doorlopen om dit alles te verwerken mij wel sterker heeft gemaakt. What doesn’t kill you makes you stronger, met de juiste mensen om je heen en voldoende vertrouwen in jezelf. Op een dag kom jij ook zo ver!
    En heel eerlijk, jouw verhalen op je blog raken mij ook soms heel erg wegens de herkenning. Misschien moet ik dat ook eens wat meer zeggen, want ik vind het op een of andere manier fijn dat jij dit nu tegen mij zegt.

Laat een reactie achter op Saar Reactie annuleren

You have to agree to the comment policy.

CommentLuv badge

%d bloggers liken dit: